|
Leyla Cakir, een vrouw van Turkse afkomst, was zeven jaar moskeebestuurder in haar woonplaats Geleen. Sinds 2007 is ze voorzitter van de landelijke moslimvrouwenorganisatie Al Nisa. Leyla is één van de mensen die ik vroeg mee te denken met mijn onderzoek ‘Niet alleen Allah’. Ze zet hieronder uiteen waarom Al Nisa de postercampagne ECHT NEDERLANDS is begonnen.
Een moslim is geen mens meer, maar een ding! Moslims zijn ‘alles’ geworden. Een term waarmee Geert Wilders van de PVV tijdens verkiezingsdebatten moslims wegzette. Ik wens niet met ‘alles’ aangesproken te worden! Hoe durft hij! En niemand van de andere partijleiders of een debatleider die het opmerkte en er iets over zei. Te vaak heb ik met lede ogen moeten toezien dat juist in verkiezingstijd Wilders over dit onderwerp niet echt stevig aan de tand wordt gevoeld.
Om dat vacuüm op te vullen zijn wij vanuit Al Nisa de postercampagne ECHT NEDERLANDS begonnen. Een statement om de kracht van diversiteit zichtbaar te maken. Al Nisa wil met deze ludieke actie moslima’s letterlijk een gezicht geven en een podium bieden. Het is verheugend dat van Friesland tot Maastricht, caféhouders, scholen, musea en gewone burgers deze posters bestellen, ons mailen of enthousiast bellen. Het ultieme bewijs van een brede maatschappelijke betrokkenheid. Het geeft hoop op een positieve verandering in Nederland.
Afgelopen weken kreeg ik soms ook de vraag of we met onze actie Wilders juist niet in de kaart spelen. Dat het ook hem aandacht oplevert. Dat heb ik lange tijd ook gedacht, maar daarvan ben ik afgestapt. Hoezeer je hem ook negeert, hij slaagt er altijd in de aandacht naar zich toe te trekken met zijn discriminerende uitspraken. Dat bleek ook weer in de laatste verkiezingscampagne.
Wilders negeren heeft dus geen zin. Wat wel zin heeft, is om zelf de aandacht te trekken door inhoudelijk te discussiëren met de burgers in dit land. Van de boer in Volendam tot aan de zakenman in Rotterdam. Samuel Taylor Coleridge verwoordde het in de 18e eeuw als volgt: ‘wat in de politiek begint met angst, eindigt meestal in dwaasheid’. Dit geldt voor het zaaien van angst, maar ook voor diegenen die bang zijn om het over angst te hebben.
Onze ECHT NEDERLANDS campagne heeft inmiddels de nodige discussies losgemaakt. Onder moslims en niet-moslims. De één vindt de posters een verademing, een ander boezemt het angst in. Het is bovendien interessant om te merken dat mensen soms zien wat ze graag willen zien. Sommigen blijven zich bedreigd voelen, ook door zelfbewuste moslima’s. Uitspraken als ‘Een zelfbewuste, vrije, zich ‘echt’ Nederlands voelende moslima draagt géén hoofddoek’. ‘Het moet niet gekker worden!’ en ‘Deze vrouwen bestaan niet’ bevestigen dat het voor sommige Nederlanders moeilijk is om moslims te zien als Nederlandse medeburgers.
Ik herhaal het hier nog eens: Ik ben moslim en ik ben ook ECHT NEDERLANDS. Dat is de realiteit. Zo voel ik mij, het zijn onderdelen van mijn identiteit en niemand kan mij die afpakken. Laten we het onszelf gemakkelijker maken en de samenleving gezelliger maken door elkaar te accepteren zoals we werkelijk zijn. Mijn advies is: iedere keer als iemand het heeft over de kopvodden, achterlijke moslims, islam als gewelddadige religie, denk dan aan de vrouwen op de Al Nisaposters. Denk dan aan mij en vele moslims met mij. Wij zijn geen uitzondering. Wij zijn geen ‘alles’, wij zijn moslim én echt Nederlands.
Wij zijn je buurman of buurvrouw, je hulp in nood, je medestrijder in tijden van oorlog, je werkgever, je collega of je klasgenoot, je docent of je vriend. Wij willen een rechtvaardige samenleving, waar iedereen kan zijn wie hij of zij wil zijn. Ik nodig iedereen uit voor een gelijkwaardig gesprek met een kopje thee. Zoals mijn collega bestuurslid Khadija van der Straaten tijdens het Kopje Thee-debat op 3 juni j.l. in Amsterdam het verwoordde: het station integratiedebat zijn wij voorbij, het is tijd voor een acceptatiedebat.
 |